Een brug naar een nieuw toekomst

Theater van het Brein 

“Het leven is een theater. Onze hersenen kijken toe. Wij zijn toeschouwer en tegelijkertijd de hoofdrolspeler in het spel”. Opgedragen aan J.L. Moreno (1889-1974), grondlegger van de sociometrie, groepspsychotherapie en psychodrama.

De menselijke hersenen zijn in hun huidige vorm ongeveer 100.000 jaar geleden tot stand gekomen. Het was de tijd dat mensen in kleine groepen als jagers en verzamelaars rondliepen. Samenlevend in een klein stamverband van meestal 50, maar maximaal enkele honderden, overlevend via de wetten van ‘survival of the fittest’. Ongeveer zoals chimpansees nu. Toen kwam er een unieke revolutie! De mens ontpopte zich als de ongeëvenaarde sociale leermachine van onze planeet en ging in steeds grotere sociale verbanden leven. Wat zijn precies de kennis en vaardigheden die we daarvoor nodig hadden?
Theater van het Brein is een begeleidingsvorm die gebaseerd is op de moderne neurowetenschappen en is o.a. ontstaan uit psychodrama, transactionele analyse en schematherapie.
Uit de neurowetenschappen komen vijf ‘domeinen’ naar voren waarop de hersenen van de mens zich dienen te ontwikkelen. Zo kan een mens komen tot een goed functionerend sociaal wezen die de dingen doet die hij/zij wil doen in harmonie met zichzelf en de omgeving. Deze vijf domeinen (hersenfuncties) zijn ontleend aan dr ir Steven Scheer. In zijn artikel noemt hij vijf noodzakelijke hersenfuncties, die hij op zijn beurt weer ontleend heeft aan een artikel van Mitchel en Heatherton (2009). Deze vijf belangrijke hersenfuncties zijn:
1. Zelfbewustzijn. De ontwikkeling van een coherent zelf. Anders kun je een ander niets leren. De ‘onderwijzer’ moet zich er immers van bewust zijn: ik weet iets dat de moeite waard is voor anderen. [correlatie met verschillende hersengebieden die belangrijk zijn voor het zelfbewustzijn]
2. De mentale staat van de ander kennen/bijhouden. Anders weet je niet wat interessant of belangrijk voor de ander kan zijn. [correlatie met spiegelneuronen en ‘theory of mind’ over anderen, onderscheid in hersenen tussen mensen die je als ‘gelijk’ beschouwt of juist ‘verschillend’]
3. In staat zijn om jezelf te beheersen met het oog op samenwerking in grote groepen. De mens onderscheidt zich hiermee van andere primaten, die – misschien met uitzondering van de bonobo – worstelen met zelfbeheersing in té grote groepen. Het betreft hier de ‘waarden en normen’ die het cement vormen van menselijke culturen! [belangrijk is hier bijvoorbeeld de gyrus cinguli (noteert onwenselijke gedachten) en een deel van de prefrontale cortex dat die gedachten en gevoelens onderdrukt. Het beloningssysteem (nucleus accumbens) en het strafsysteem (amygdala) hebben daarbij een rol].
4. In staat zijn om ‘in-group’ en ‘out-group’ bedreigingen te detecteren. Het is cruciaal dat je niet door je eigen groep buitengesloten wordt – evenzo cruciaal is het dat bedreigingen die van buiten komen gepareerd moeten kunnen worden. Interne dreiging; je brein brengt continu de mate van ‘erkend of juist afgewezen worden’ in kaart. [gyrus cinguli – externe dreiging: vooral amygdala en onbewuste interpretatie van gezichten, geuren smaken en andere waarnemingen].
5. De rust-modus ofwel de default. Het is belangrijk om rust te kunnen opzoeken. Rust waarin herstelwerkzaamheden kunnen plaatsvinden. Slaap, meditatie, het laten bezinken. Dit is een enorm belangrijke hersenfunctie [gehele brein, in bijzonder hypothalamus, reticulaire formatie]
De eerste twee mechanismen gaan over ik en jij, de laatste twee over wij en jullie en de laatste over rust en leren. Leren impliceert dat alle vijf de componenten ontwikkeld moeten worden, tot bloei moeten komen. Het is goed om stil te staan bij de mogelijkheden en beperkingen van de hersenstructuren die de ‘dragers‘ zijn van deze vijf componenten. Zeker is, dat recent hersenonderzoek zeer nuttige informatie geeft over hoe je het best kunt leren.
Tijdens de themadag gaan we op interactieve wijze op deze zaken in. Wat kunnen we met deze vijf functies? Wat voegt hersenonderzoek toe aan wat we daarover al weten?
De opstelling waarin het Theater van het Brein gegeven wordt, is een opstelling waarin de hersenfuncties verbeeld zijn (modi in schemadrama).

Iemand brengt tijdens het Theater van het Brein een bepaalde gebeurtenis ter sprake. De situatie waarin de hoofdrolspeler zit, wordt verbeeld in het speelvlak op de vloer. Achter dit speelvlak is de volgende opstelling van functies die een positie in de hersenen hebben. De hoofdrolspeler kunnen desgewenst plaats nemen en gebruik maken van deze posities. De regisseur helpt daarbij en ook mensen uit het publiek kunnen helpen door het geven van ‘dubbels’ of door rolwisselingen.

De ruimte achter het speelvlak symboliseert het geheel aan hersenfuncties. Deze hersenfuncties vinden plaats vanuit verschillende posities. Deze posities in de hersenen zijn als volgt onderverdeeld:

  • De basis-emoties: boos, verdriet, schaamte, angst en blij, die in onze ruimte worden gepresenteerd door vier rode blokken
  • De beschermer is een (blauwe) stoel op wieltjes en kan negatief en positief ingezet worden ten opzichte van de basis-emoties
  • De straffende kant is een vaste (zwarte) stoel
  • Het kompas is een grote (groene) oefenbal en heeft de functie van steun geven aan de speler
  • De Gezonde Volwassene is een langwerpige (groene) mat
  • De hoepel is de fysieke ervaring van een gebeurtenis. ‘Wat voel je in je lichaam?’

De regisseur begint vaak met het verzoek of de hoofdrolspeler plaats neemt in de hoepel en aangeeft hoe zijn/haar lichaam voelt.

Het doel is om innerlijke functies (‘rollen’) te leren kennen en uiteen te rafelen, om ze daarna te integreren en daarmee de Gezonde Volwassene sterker te maken en de regie te geven.

Je zou kunnen zeggen dat we de onze behoeftes met hun emoties kunnen ‘heropvoeden’(reparenting) door ze

  • Te erkennen
  • Lief te hebben
  • Te begrenzen

De Gezonde Volwassene moet leren te regie te nemen en houden. Dat kan bijvoorbeeld door een beschermer in te zetten (en niet de beschermer de baas te laten zijn) om zo nodig en indien gewenst of gepast, sociaal handig te kunnen opereren en geen onnodige schade op te lopen. Er wordt gebruik gemaakt van het innerlijke kompas die iedere hoofdrolspeler voor zichzelf heeft (groene oefenbal). Hij/zij kan leren dat de straffende kant (zwarte stoel) alleen een signaalfunctie heeft en verder begrensd kan worden. Om regie te krijgen is aandacht voor de beschermer van belang. Als de beschermer of de straffende kant op een onjuiste manier de overhand krijgt kan het de Gezonde Volwassene verstoren. Zijn tactiek kan bijvoorbeeld gericht zijn op:

  • Het ongemak van de emoties te verdoezelen
  • Het ontvangen van steun (kompas) onbereikbaar te maken
  • Vermijding in stand te houden
  • Ruimte te geven aan zelfdestructie en zelfhaat (straffende kant zijn gang te laten gaan)
  • Contact maken te verstoren

Het Theater van het Brein is ervaringsgericht. Soms hebben wij geen tekst bij wat de oorzaak is van minder goed functioneren. Er is geen andere ervaring om het mee te vergelijken. Wanneer de hoofdrolspeler al meer vertrouwd is met de werkvorm, kan hij ook dubbels ontvangen. Dit houdt in dat iemand uit de groep kan opstaan en achter een van de posities kan verwoorden, wat hij zelf voelt (emoties en fysieke feiten) of denkt (stem of straffende rol). De hoofdrolspeler mag vanuit de Gezonde Volwassene-positie zeggen of het aangebodene klopt (mogelijk is). Als dat zo is, dan vraagt de begeleider de hoofdrolspeler om het in eigen woorden vanuit die positie te herhalen. Klopt het niet, dan is de vraag wat de tekst wel zou mogen zijn en wordt de tekst in eigen woorden uitgesproken. De Gezonde Volwassene te vergroten is het doel. De weg is het proces dat we tijdens het Theater van het Brein helpen doorlopen. De hoofdrolspeler moet eerst gaan ervaren wat er allemaal intern meespeelt in de dynamiek die het zo lastig maakt om zomaar de Gezonde Volwassene te versterken.

Wij willen actieve groepsleden en daarom is het Theater van het Brein een groepsaanbod waar individueel in de groep gewerkt kan worden met een eigen gestructureerde inbreng. Veiligheid is erg belangrijk als basisvoorwaarde en wordt medebepaald door de vaste, herkenbare en eenvoudige vorm, ook momenten dat je kwetsbaar bent. Nodig is een ruimte om te experimenteren, waar stabiele afspraken en grenzen gelden die zorgen voor een veilige sfeer, waar optimaal respect is voor ieders tempo en mogelijkheden. De begeleider loopt aldoor naast de hoofdrolspeler, moedigt aan, respecteert het tempo en checkt en bevestigt telkens stappen.

 

Literatuur

1.Scheer, S. (2013) ‘Cultural competence and brain research: learning towards interconnectedness’ (draft version 2013; http://www.guldenregel.nl/)

 

  1. Heatherton, JPM. and T. (2009) ‘Components of a social brain’ article ‘The cognitive neurosciences’ by M.S. Gazzaniga (ed)

 

  1. Axe, L and Te Kiefte, J. (2015) “Werken met modi in schemadrama” Hoofdstuk 12 p 175 in AM & S Claassen Pol: Schema Therapie en d eGezonde Volwassene, Bohn, Stafleu of Loghum (Springer) (ed)

 

  1. Moreno, J.L. (1952) Psychodramatic Production Techniques. Group Psychotherapy, Psychodrama & Sociometry. (4):273-303

© J.A. Hogeweg, jan. 2018, jorn.hogeweg@pels.nl