Een brug naar een nieuw toekomst

Professioneel statuut PELS instituut

Doel

Met dit professioneel statuut wordt een nadere invulling gegeven aan de eis van de Kwaliteitswet zorginstellingen waarin de instelling wordt verplicht om te voorzien in een duidelijke verantwoordelijkheidstoedeling teneinde verantwoorde zorg te kunnen bieden. Het professioneel statuut geldt voor alle hulpverleners die binnen de patiëntenzorg werkzaam zijn.

1. Inleiding

Binnen de GGZ worden mensen met (ernstige) psychische problemen en psychiatrische stoornissen begeleid en behandeld en wordt door middel van preventie getracht geestelijke gezondheidsproblemen te voorkomen. Het professioneel statuut geeft het kader aan waarbinnen de zorg binnen de GGZ wordt verleend en beschrijft de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de hulpverlener. Het professioneel statuut bevat regels over de interdisciplinaire samenwerking. Tevens geeft het professioneel statuut de verhouding weer tussen de verplichtingen van de hulpverlener en de verplichtingen van het management van de instelling. De werkzaamheden van de hulpverlener zijn beschreven in de functiebeschrijving.

Het professioneel statuut maakt integraal deel uit van de arbeidsovereenkomst met de instelling. Het statuut bevat verwijzingen naar andere notities binnen het PELS instituut. Hulpverleners leggen verantwoording af over hun handelen ten aanzien van de patiënt die zij in zorg hebben. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden naast dit professioneel statuut bepaald door de wetten, zoals de Kwaliteitswet zorginstellingen (KZI), de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ), de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en daarnaast door protocollen, beroepscodes en richtlijnen van de IGZ of de zorgverzekeraars.

2. Uitgangspunten en definities

Professional

De hulpverlener, die beroepsmatig diagnostiek, begeleiding of behandeling aan een patiënt verleent. Professionals kunnen onderverdeeld worden in regie-behandelaren en uitvoerend behandelaren.

Cliënt/patiënt

Degene die een behandelovereenkomst met de instelling heeft en/of aan de zorg van de instelling is toevertrouwd en door de medewerker wordt begeleid en/of wordt behandeld.

Professionele autonomie

Met de professionele autonomie wordt bedoeld dat de hulpverlener handelt conform zijn professionele standaard (o.a. de door de beroepsverenigingen gestelde normen, beschreven in protocollen, richtlijnen en standaarden en de jurisprudentie). Dat betekent dat de hulpverlener met inachtneming van de richtlijnen gemotiveerd zou mogen afwijken.

Behandeling/begeleiding

Onder behandeling wordt verstaan alle activiteiten die gericht zijn op verandering bij de patiënt. Begeleiding omvat alle activiteiten die gericht zijn op acceptatie van en omgaan met de ziekte of (psychische) handicap. In dit statuut wordt met name gesproken over behandeling. Behandeling bestaat uit de volgende elementen; diagnosticeren/ indiceren, behandelplan vaststellen, voortgang en beëindiging. Begeleiding valt onder behandeling.

Behandelplan

Het met de patiënt afgesproken individuele plan dat beschrijft waar de behandeling uit bestaat.

3. Juridische kaders

Kwaliteitswet zorginstellingen (KZI)

De Kwaliteitswet is een kaderwet die instellingen verplicht tot het verstrekken van zorg (diagnostiek, begeleiding, behandeling en therapie) op een kwalitatief goed niveau. Het toezicht daarop wordt uitgeoefend door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)

Deze wet bevat met name de plichten van de hulpverlener ten aanzien van de patiënt. De hulpverlener is degene die namens de instelling optreedt en voldoet aan de eisen die de wet stelt. De instelling is op grond van deze wet aansprakelijk voor fouten in de zorgverlening, ongeacht waar en door wie de fout in de instelling is gemaakt.

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)

De Wet BIG heeft als doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening te waarborgen en patiënten te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. De wet geeft een aantal beroepen titelbescherming, regelt deskundigheidsgebieden en beschrijft de (aan bepaalde beroepsgroepen) voorbehouden handelingen. De tuchtrechter is bevoegd het handelen van BIG geregistreerden te toetsen.

Wettelijke aansprakelijkheid beroepsuitoefening

In de CAO GGZ is in Hoofdstuk 3 geregeld dat de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer in de uitoefening van zijn functie door de werkgever (verplicht) verzekerd wordt; de werkgever vrijwaart de werknemer voor aansprakelijkheid ter zake en ziet af van de mogelijkheid van regres op de werknemer

4. Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en onderlinge verhoudingen

Algemeen

Professionals met een BIG registratie hebben de bevoegdheid verkregen tot handelen binnen een welomschreven deskundigheidsgebied. Alle hulpverleners hebben de verantwoordelijkheid om de kwaliteit van hun werk op peil te houden. De instelling zal dit faciliteren waar mogelijk.

De instelling

Het PELS instituut, daarin vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur, is als zodanig jegens de patiënt verantwoordelijk en aansprakelijk voor het verlenen van de zorg. De Raad van Bestuur van Het PELS instituut is verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg en dient daarbij te voldoen aan de kwaliteitseisen voor zorg die door de Raad van Bestuur zijn gesteld en vastgelegd in beleid, richtlijnen en protocollen. De Raad van Bestuur houdt toezicht op het verlenen van verantwoorde zorg (zorgcontrol). Binnen de Raad van Bestuur heeft één van de leden als aandachtsgebied zorg. De bestuurder van het zorgbedrijf is de persoon die eindverantwoordelijk is voor het functioneren van het zorgbedrijf.

De professionals

De professionele verantwoordelijkheid van elke hulpverlener vloeit voort uit zijn opleiding en ervaring. De BIG geregistreerde hulpverleners handelen, evenals de overige hulpverleners, binnen het deskundigheidsgebied waarvoor zij zijn opgeleid. De grenzen van dit gebied zijn dynamisch en afhankelijk van standpunten van de (tucht)rechter, Inspectie en beroepsorganisaties.

Algemeen directeur

De algemeen directeur is verantwoordelijk is voor een juiste toedeling van middelen en mensen van, zodat optimale zorg kan worden verleend. De algemeen directeur houdt zich bezig met de financiële aspecten van de bedrijfsvoering, de zaken rondom personeel en organisatie en ondermeer de kwaliteitscontrole cyclus.

Manager zorg (vertegenwoordigd door directeur)

De professional die verantwoordelijk is voor het vormgeven, uitvoeren en faciliteren van het algemene behandelbeleid. Verantwoordelijk voor een juiste toedeling van middelen en mensen aan de behandeleenheden, zodat optimale zorg kan worden verleend.

Financieel- en behandelinhoudelijk controller

De professional die zicht houdt op de samenhang tussen de financiële kaders en de zorginhoud. Hij registreert en rapporteert aan de Raad van Bestuur, zodat deze daarop hun beleid kunnen afstemmen.

Regie-behandelaar

De hulpverlener die de regie van de behandeling van de patiënt op zich neemt en de kwaliteit van de dossiervoering (dat iedere betrokken uitvoerend hulpverlener regelmatig rapporteert, dat brieven op tijd de deur uit gaan etc.) waarborgt. Iedere betrokken hulpverlener is zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de rapportage. De Regie-behandelaar is een hulpverlener die volgens de wet BIG bevoegd is een diagnose en de indicatie te stellen, alsmede het behandelplan vast te stellen.

Uitvoerend behandelaar

Al diegenen die een deel van de behandeling doen. Een uitvoerend behandelaar kan BIG geregistreerd zijn (bv. orthopedagoog-generalist) of niet (bv. basispsycholoog). Afhankelijk van opleiding en ervaring worden de taken tussen de disciplines verdeeld.

5. Specifieke bepalingen

A. Organisatie

Algemeen: de Raad van Bestuur stelt het beleid op de terreinen zorgvisie, zorgcontrol en zorglogistiek vast.

• De Raad van Bestuur kan met inachtneming van dit professioneel statuut regels vaststellen aangaande het doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht verlenen van zorg.

• De Raad van Bestuur zal de professionele autonomie van de professionals respecteren en waarborgen.

• De Raad van Bestuur verschaft de noodzakelijke materiële en personele voorzieningen en schept organisatorische kaders en systemen, noodzakelijk voor een passende professionele beroepsuitoefening. Deze voorzieningen zullen op een zodanig peil worden gehouden dat een doeltreffende, doelmatige en patiëntgerichte zorg gewaarborgd blijft.

• De Raad van Bestuur en professionals zullen zich tot het uiterste inspannen om zowel de continuïteit van de zorg te realiseren als het effectueren van vakantie- en verlofrechten te realiseren.

• De Raad van Bestuur blijft bij afwezigheid van de professional(s) door ziekte, verlof of vakantie verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg voor de patiënt die een behandelovereenkomst heeft met de instelling.

• De professionals dragen zorg voor een zodanige regeling van vakantie en verlofdagen dat de kwaliteit van de zorg voor patiënten zoveel mogelijk gewaarborgd is.

• De Raad van Bestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, overeenkomstig de bepalingen in de CAO, het verlof intrekken.

B. Zorgverlening/ behandeling

• De professional heeft een beroepsgeheim. Hij geeft niet zonder toestemming van de patiënt informatie aan derden.

• De professional zal patiënten behandelen, waar nodig in multidisciplinair verband.

• De professional zal de patiënt en zo nodig de wettelijke vertegenwoordiger(s) in begrijpelijke taal informatie verstrekken over de behandeling van de patiënt, waaronder voorgestelde behandeling en/of onderzoek.

• De professional begint met de behandeling na toestemming van de patiënt.

• De professional draagt zorg voor een met de patiënt besproken behandelplan, alsook voor een evaluatie van dit behandelplan met de patiënt.

• Indien de professional gegronde redenen heeft de behandeling/begeleiding van een patiënt niet op zich te nemen of af te breken, dan overlegt hij dit met de Raad van Bestuur en zorgt voor voldoende continuïteit van de behandeling/begeleiding.

• De professional zorgt voor een goede overdracht van patiënten.

• De professional zal medewerking verlenen aan het tot stand komen en implementeren van (zorginhoudelijke) richtlijnen en protocollen.

• De professional behandelt/begeleidt de patiënt onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, binnen de grenzen van de wet, zijn bekwaamheid en de professionele standaard, maar ook binnen de door de instelling vastgestelde protocollen en richtlijnen.

• De professional schakelt waar nodig, indien hij de grenzen van zijn bekwaamheid zou overschrijden, een collega in die wel de bekwaamheid bezit, die dan gehouden is deze (specifieke) bekwaamheid/deskundigheid in te zetten.

Afhankelijk van o.a. de aard van de hulpvraag en de ernst van het ziektebeeld van de patiënt, wordt bepaald welke professional uit welke discipline wordt ingezet:

Een professional raadpleegt in ieder geval een psycholoog, psychotherapeut of psychiater:

 bij twijfels over de mate van psychiatrische problematiek

 wanneer bij een psychiatrisch ziektebeeld sprake is van verergering, wijziging van de

 symptomen of onverwacht uitblijven van verbetering

 bij (mogelijke) ernstige suïcidaliteit en (mogelijk) agressief gedrag van de patiënt naar zichzelf of anderen

 bij een suïcide

C. De professionele standaard

De professional zal zijn deskundigheid en bekwaamheid op peil te houden of uitbreiden, zodanig dat hij voldoet aan de eisen die in redelijkheid aan hem mogen worden gesteld. Hij dient zich te registeren. De Raad van Bestuur stelt de professional in staat zijn bekwaamheid op peil te houden en scholing te volgen, bijvoorbeeld in het kader van de (her-)registratie. De professional toetst zijn hulpverlenend handelen regelmatig bij zijn vakgenoten en/of multidisciplinair team. De Raad van Bestuur stelt de professionals in de gelegenheid regelmatig met elkaar te overleggen betreffende de vakinhoudelijke ontwikkeling, teneinde de kennis en kunde op peil te houden.

6. Dossiervorming, informatieverstrekking aan derden, wetenschappelijk onderzoek

De professional is gebonden aan zijn wettelijke geheimhoudingsplicht ten aanzien van de patiënten en het dossier. De professional draagt zorg voor een goede dossiervorming en informatieoverdracht. De professional zal bij doorverwijzing van de patiënt overleggen met de in te schakelen hulpverlener over de verwijzing. Bij (on)voorziene afwezigheid draagt de professional zorg voor een adequate overdracht en voor toegankelijke informatie ten behoeve van degene(n) die hem waarneemt (waarnemen) of vervangt (vervangen). De waarnemend professional heeft voor wat betreft de zorg aan de patiënt gedurende de tijd dat wordt waargenomen dezelfde verantwoordelijkheden als de oorspronkelijke professional. Het gebruik maken van niet tot de patiënt herleidbare gegevens uit dossiers ten behoeve van wetenschappelijke publicaties dan wel onderzoeken, geschiedt overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Van patiënten die niet meer in zorg zijn, is toestemming van de Raad van Bestuur noodzakelijk. Voor gebruik van tot de patiënt herleidbare gegevens ten behoeve van de externe verantwoording is toestemming van de patiënt dan wel de wettelijke vertegenwoordiger nodig.

Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de instelling is onderworpen aan de toestemming van de Raad van Bestuur. Uitvoering van wetenschappelijk onderzoek vindt voor zover van toepassing plaats met inachtneming van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO).

De Raad van Bestuur draagt er zorg voor dat de patiëntendossiers worden bewaard overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en dat de bewaring zodanig is dat onbevoegden daarvan geen kennis kunnen nemen. Zie voor het beleid inzake dossiers bewaren en vernietigen het kwaliteitssysteem.

7. Escalatieprocedure

Professionals zullen bij verschil van inzicht dit tijdens het MDO aan elkaar meedelen en proberen tot een gezamenlijke oplossing te komen. Bij voortduren van verschil van inzicht wordt de instellingsverantwoordelijke op de hoogte gesteld. Bij geschillen kunnen de professionele standaarden en de daarbij horende richtlijnen een oplossing of aanknopingspunten bieden om toch een beslissing te kunnen nemen. De hierdoor gevonden oplossing wordt vervolgens uitgevoerd. Is dit niet het geval vindt er opschaling plaats naar de regiebehandelaar. Deze doet een voorstel om tot een oplossing te komen. Is ook deze oplossing ontoereikend, dan wordt de situatie voorgelegd aan de directeur, die vervolgens een besluit neemt.

8. Bedrijfsvoering

De professional zorgt voor een adequate registratie van zijn verrichtingen. De professional houdt zich aan de afspraken, zoals vastgelegd in protocollen en richtlijnen, maar kan daar in het belang van de patiënt gemotiveerd van af wijken. De professional verplicht zich bij de uitvoering van de werkzaamheden te houden aan de aanwijzingen welke door of namens de directie dan wel Raad van Bestuur worden gegeven. De professional houdt zich bij extern optreden aan de afspraken en regels die binnen de instelling gelden betreffende de contacten met de pers, media en andere instanties. De professional zal medewerking verlenen aan de uitvoering van het kwaliteitsbeleid. De professional levert binnen bepaalde grenzen een bijdrage aan instructie- en opleidingsactiviteiten en het leveren van patiënteninformatie.